Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende is eigenaar van een recreatiewoning die hij sinds 1984 bezit en sinds 1997 verhuurt via een bemiddelingsbureau. De gemeente legde aanslagen forensenbelasting op voor 2014 en 2015, welke belanghebbende betwistte. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende de woning ook zelf gebruikte voor privédoeleinden, anders dan alleen voor onderhoud en gereedmaken voor verhuur.
De rechtbank baseert zich op verklaringen van belanghebbende, zijn echtgenote en informanten, waaruit blijkt dat het verblijf ook een niet verwaarloosbaar privékarakter had, zoals verblijven tijdens verjaardagen en het ontmoeten van vrienden. Hierdoor wordt voldaan aan het criterium dat de woning voor eigen gebruik beschikbaar werd gehouden.
Verder is vastgesteld dat de woning in beide jaren ruim meer dan 90 dagen niet beschikbaar was voor eigen gebruik vanwege verhuur, inclusief een directe verhuur door belanghebbende zelf. De latere allonge die het eigen gebruik beperkt tot 90 dagen kan niet met terugwerkende kracht worden toegepast.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel en discriminatieverbod faalt omdat de forensenbelasting alleen van niet-inwoners wordt geheven en dit onderscheid wettelijk is toegestaan. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen tegen de aanslagen forensenbelasting worden ongegrond verklaard en de aanslagen bevestigd.