Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
‘VAT 0% art 39 Bis Pro’en
‘Toestellen zijn geactiveerd en gebruikt’. Op een door de inspecteur overgelegde factuur van [B NV] is in dit verband naast het btw-identificatienummer van belanghebbende, onder meer, het volgende vermeld:
VAT 21% 0,00’, ‘Vrijstelling van BTW art. 39, § 1,1, 1°van het WBTW / Artikel 146, lid 1, onder a) –Richtlijn 2006/112 The goods are not installed’.
3.Geschil
4.Beoordeling van het geschil
geenrecht op aftrek van voorbelasting had. Gelet op het overwogene in 4.3 wordt daarmee niet voldaan aan (één van) de wettelijke voorwaarden voor toepassing van de margeregeling. Dit brengt mee dat, ongeacht de wetenschap van de leverancier en/of de afnemer over het niet vervuld zijn van die voorwaarde, volgens de wettelijke bepalingen omzetbelasting wordt verschuldigd naar de overeenkomstig artikel 8, lid 1, van de Wet OB vastgestelde vergoeding en dat de inspecteur – in beginsel – de te weinig geheven belasting terecht heeft nageheven (Hoge Raad 16 oktober 2015, ECLI:NL:HR:2015:3075). Dat, zoals belanghebbende heeft gesteld, in dit geval sprake zou zijn van gebruikte goederen, maakt dit niet anders. Of de goederen gebruikt waren of niet, is immers niet van belang indien de goederen geen eigendom zijn geweest van een leverancier die bij de aanschaf van de goederen de omzetbelasting niet heeft kunnen aftrekken.
5.Proceskosten
6.Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover het de verzuimboete betreft;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar met betrekking tot de verzuimboete;
- vernietigt de boetebeschikking;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: