Belanghebbende, een fiscale eenheid waaronder een vennootschap die handelt in gebruikte caravans, paste de margeregeling toe op caravans die zij had gekocht van een leverancier die deze goederen als margeverkopen presenteerde. Na onderzoek bleek dat de caravans oorspronkelijk van een fabrikant kwamen en niet eerder geleverd waren door een niet-aftrekgerechtigde, wat een wettelijke voorwaarde is voor toepassing van de margeregeling.
De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op omdat belanghebbende te weinig omzetbelasting had voldaan. Het Hof oordeelde dat de margeregeling in principe mag worden toegepast indien de facturen formeel juist zijn, maar dat dit niet geldt bij fraude. Het Hof stelde vast dat de leverancier fraude had gepleegd en dat belanghebbende niet de vereiste zorgvuldigheid had betracht om dit te voorkomen, waardoor de margeregeling ten onrechte werd toegepast.
De Hoge Raad bevestigt dat de margeregeling niet van toepassing is als de goederen niet eerder zijn geleverd door een niet-aftrekgerechtigde en dat de naheffing niet kan worden verschoven naar de leverancier, ook niet als die een onjuiste factuur heeft verstrekt. De naheffing blijft derhalve bij de wederverkoper. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.