ECLI:NL:RBZWB:2017:4090
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking beroep navorderingsaanslag successierecht
De inspecteur legde aan belanghebbende een navorderingsaanslag successierecht op, die na een arrest van de Hoge Raad werd verminderd tot nihil. Belanghebbende trok daarop het beroep in en verzocht de rechtbank om de inspecteur te veroordelen tot vergoeding van de volledige proceskosten.
De rechtbank overwoog dat aan de voorwaarden voor proceskostenvergoeding was voldaan omdat de inspecteur geheel aan belanghebbende tegemoet was gekomen. De gemachtigde vroeg een integrale vergoeding, maar de inspecteur stelde dat alleen een forfaitaire vergoeding op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht passend was.
De rechtbank vond geen aanwijzingen dat de inspecteur ernstig onzorgvuldig had gehandeld of onnodig had geprocedeerd, zodat geen aanleiding was af te wijken van de forfaitaire regeling. De proceskosten werden daarom vastgesteld op €496 voor de beroepsfase. Het griffierecht wordt door de inspecteur zelf vergoed zonder dat een veroordeling nodig is.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant op 2 juni 2017 en is openbaar uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat verzet open binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: De inspecteur wordt veroordeeld tot betaling van een forfaitaire proceskostenvergoeding van €496 aan belanghebbende.