Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Beslissing
2.Gronden
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Belanghebbende was in het kentekenregister als houder van een auto geregistreerd die door zijn schoonzus was aangeschaft. De schoonzus heeft geen aangifte gedaan voor het recht van schenking, waarop de inspecteur een aanslag schenkingsrecht aan belanghebbende oplegde. De rechtbank oordeelt dat de sanctie van omkering en verzwaring van de bewijslast niet aan belanghebbende kan worden tegengeworpen omdat hem geen aangiftebiljet is uitgereikt.
Verder is vastgesteld dat de schoonzus de auto heeft geschonken aan belanghebbende, omdat zij zelf geen rijbewijs had, belanghebbende over de auto beschikte en de inruilwaarde niet is terugbetaald. De stelling van belanghebbende dat sprake was van een lening wordt niet aannemelijk geacht vanwege het ontbreken van bewijs en het tijdsverloop.
Ten aanzien van het vertrouwensbeginsel oordeelt de rechtbank dat belanghebbende geen gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan het optreden van de inspecteur jegens zijn schoonzus. De vaststellingsovereenkomst en gespreksnotitie betroffen uitsluitend de fiscale positie van de schoonzus en bevatten geen toezegging tot afzien van aanslag schenkingsrecht.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag schenkingsrecht van € 43.010 aan belanghebbende. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag schenkingsrecht wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd.