ECLI:NL:RBZLY:2012:BY7943
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Opheffing conservatoir derdenbeslag wegens verjaring geldlening en ondeugdelijkheid vordering
Partijen waren gehuwd en exploiteerden samen een melkveehouderij. De ex-echtgenoot had in 2003 een lening van EUR 120.000,- van zijn vader ontvangen, vastgelegd in een schuldbekentenis zonder looptijd. De vader eiste in 2006 de hoofdsom op wegens niet-betaling van rente, wat werd beschouwd als opzegging van de leningsovereenkomst.
De ex-echtgenote werd geconfronteerd met conservatoire derdenbeslagen op haar bankrekeningen, gelegd door de ex-echtgenoot als deelgenoot in de nalatenschap van zijn ouders. Zij vorderde opheffing van deze beslagen, stellende dat de vordering verjaard was en dat het beslag onnodig en ondeugdelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de leningsovereenkomst als een overeenkomst van onbepaalde duur moet worden gezien en dat de verjaringstermijn van vijf jaar is aangevangen na de opzegging in 2006. De vordering was per 16 december 2011 verjaard, zodat de latere sommatie in 2012 geen stuiting van de verjaring opleverde.
Gelet op de belangenafweging en het feit dat het beslag beslag legde op onder meer kinderbijslag en een persoonsgebonden budget, werd het belang van de beslagene zwaarder gewogen. De rechtbank besloot de conservatoire derdenbeslagen op te heffen en veroordeelde de ex-echtgenoot in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank heft de conservatoire derdenbeslagen op wegens verjaring van de vordering en ondeugdelijkheid van het ingeroepen recht.