ECLI:NL:RBZLY:2012:BW6716
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.P. Loman
- L.E.C. van Rijckevorsel-Besier
- J.F.M.J. Bouwman
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding bij bezwaar tegen WOZ-waarde ondanks no cure no pay-overeenkomst
Eiser maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn onroerende zaak en verzocht om proceskostenvergoeding op basis van een no cure no pay-overeenkomst met zijn gemachtigde. Verweerder wees dit verzoek af met het argument dat eiser geen belang had en dat de kosten niet redelijk waren.
De rechtbank oordeelde dat eiser wel degelijk belang had bij de procedure omdat door het herroepen van het besluit kosten zijn ontstaan. De rechtbank stelde vast dat het inschakelen van professionele rechtsbijstand redelijk was en dat de kosten van de deskundige en de kadastrale uittreksels voor vergoeding in aanmerking komen.
De rechtbank oordeelde tevens dat de beleidsregel van verweerder inzake wegingsfactoren in strijd is met artikel 7:15, tweede lid, van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht, omdat deze onterecht het in geschil zijnde belastingbedrag als maatstaf gebruikt voor de zwaarte van de zaak.
De rechtbank wees de weigering tot toekenning van proceskostenvergoeding af, stelde de vergoeding vast op in totaal € 600,90 voor de bezwaarprocedure en € 273,13 voor het beroep, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank kent eiser een proceskostenvergoeding toe van in totaal € 874,03 en vernietigt de weigering tot vergoeding in de uitspraak op bezwaar.