ECLI:NL:CRVB:2000:ZB8757
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Toewijzing proceskostenveroordeling bij 'no cure no pay'-overeenkomst in AAW-uitkeringsgeschil
Appellant verzocht gedaagde om de opschorting van zijn AAW-uitkering te beëindigen en de uitkering te hervatten. Na het uitblijven van reactie stelde appellant beroep in, waarna gedaagde alsnog aan het verzoek voldeed. Appellant vorderde vervolgens proceskostenvergoeding op grond van artikel 8:75a van de Awb.
De rechtbank verklaarde het beroep aanvankelijk niet-ontvankelijk wegens niet tijdig gestort griffierecht, maar het verzet werd gegrond verklaard. Later wees de rechtbank het verzoek tot proceskostenvergoeding af omdat appellant niet aannemelijk had gemaakt kosten te hebben gemaakt voor rechtsbijstand, ondanks een 'no cure no pay'-overeenkomst.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant wel degelijk kosten had gemaakt, mede doordat de overeenkomst en een kwitantie waren overgelegd. De Raad vernietigde de uitspraak en wees het verzoek tot proceskostenvergoeding toe, begroot op f 1.775,- in eerste aanleg en f 1.065,- in hoger beroep. Tevens werd het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het verzoek tot proceskostenvergoeding wordt toegewezen en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en vergoeding van griffierecht.