ECLI:NL:RBZLY:2010:BN2432
Rechtbank Zwolle-Lelystad
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beëindiging toelatingsovereenkomst en gevolgen voor maatschapovereenkomst cardiothoracaal chirurg
De zaak betreft een geschil tussen een cardiothoracaal chirurg en zijn medematen over de beëindiging van een toelatingsovereenkomst met een ziekenhuis en de gevolgen daarvan voor de maatschapovereenkomst. De Raad van Bestuur van het ziekenhuis had de toelatingsovereenkomst opgezegd per 1 mei 2010 met een opzegtermijn van zes maanden, waardoor de beëindiging pas definitief zou zijn op 1 november 2010. De vraag was of de maatschapovereenkomst daarmee ook definitief was beëindigd.
De voorzieningenrechter legt de term "definitief" uit aan de hand van de gangbare betekenis als "blijvend, voorgoed, finaal" en oordeelt dat de opzegging pas na afloop van de opzegtermijn definitief is. Omdat de chirurg tegen de opzegging in beroep is gegaan bij het Scheidsgerecht, is de opzegging nog niet definitief. Dit betekent dat de maatschapovereenkomst ten aanzien van de chirurg nog niet is geëindigd.
De chirurg vorderde onder meer volledige nakoming van de maatschapovereenkomst, betrokkenheid bij besluitvorming en betaling van voorschotten. De rechtbank wijst de meeste vorderingen af vanwege onduidelijkheid en het feit dat de chirurg zich sinds september 2009 niet meer heeft betrokken bij de maatschap. Wel wordt een voorschot op de winstuitkering toegewezen, gemaximeerd op EUR 5.000 per maand, rekening houdend met kosten voor waarneming. De procedurekosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De opzegging van de toelatingsovereenkomst is niet definitief, de maatschapovereenkomst is nog niet beëindigd en eiser krijgt voorschotten tot maximaal EUR 5.000 per maand.