ECLI:NL:RBUTR:2011:BP7662
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens schending vertrouwensbeginsel in mensenhandelzaak Sneep II
De rechtbank Utrecht behandelde de zaak tegen verdachte in het kader van de Sneep II mensenhandelzaak. Verdachte werd beschuldigd van meerdere feiten van mensenhandel en deelname aan een criminele organisatie, gepleegd tussen 2002 en 2007 in Nederland en daarbuiten. Een belangrijk onderdeel betrof het incident op Schiphol op 27 juli 2005, waarvoor verdachte eerder in verzekering was gesteld en de zaak in 2007 was geseponeerd.
De rechtbank oordeelde dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk is in de vervolging van het Schiphol-feitencomplex vanwege het vertrouwensbeginsel, omdat er geen nieuwe bezwaren waren die het terugkomen op het sepot rechtvaardigen. Voor de overige feiten werd het bewijs beoordeeld aan de hand van verklaringen van slachtoffers, tapgesprekken, sms-berichten en andere bewijsmiddelen. De rechtbank stelde vast dat voor een aantal feiten onvoldoende bewijs was om tot een bewezenverklaring te komen, met name voor het medeplegen van mensenhandel ten aanzien van sommige slachtoffers.
De rechtbank erkende de ernst van de feiten en de rol van verdachte binnen de criminele organisatie, maar sprak verdachte vrij van meerdere tenlastegelegde feiten wegens gebrek aan bewijs. Het vonnis benadrukte ook dat het beeld dat in het requisitoir werd geschetst niet volledig overeenkomt met de bewezen feiten. De rechtbank gaf een genuanceerd overzicht van de strafbare gedragingen die wel bewezen konden worden en de juridische kaders die daarop van toepassing zijn.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard voor het Schiphol-incident en vrijgesproken van overige mensenhandel- en organisatiefeiten wegens gebrek aan bewijs.