ECLI:NL:RBUTR:2011:BP5092
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor mensenhandel en leidinggeven aan criminele organisatie in Sneep-zaak
De rechtbank Utrecht behandelde een omvangrijke zaak tegen verdachte, geboren in 1976, zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, die werd beschuldigd van mensenhandel, poging tot afpersing en deelname aan criminele organisaties. De feiten bestrijken perioden van 2000 tot 2007 en vinden plaats op diverse locaties in Nederland, Duitsland, België en Turkije.
De tenlastelegging omvatte onder meer het dwingen van meerdere vrouwen tot prostitutie via geweld, bedreiging, misleiding en misbruik van afhankelijkheidsrelaties. Verdachte zou ook leiding hebben gegeven aan twee criminele organisaties die zich bezighielden met mensenhandel, zware mishandeling, wapenbezit, bedreiging en afpersing. Diverse slachtoffers werden emotioneel afhankelijk gemaakt, gecontroleerd en financieel uitgebuit.
De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid aan wegens schending van procesrechten en gebrek aan rechtsmacht voor feiten gepleegd in het buitenland. De rechtbank verwierp deze bezwaren grotendeels, maar verklaarde het OM niet-ontvankelijk voor feiten betreffende een slachtoffer in België vanwege het ontbreken van rechtsmacht.
Bewijs bestond uit verklaringen van slachtoffers, getuigen, tapgesprekken en andere dossierstukken. Sommige verklaringen waren tegenstrijdig of van horen zeggen, wat de bewijskracht beperkte. De rechtbank sprak verdachte vrij van medeplegen voor bepaalde feiten wegens onvoldoende bewijs, maar verklaarde andere feiten bewezen, waaronder mensenhandel en uitbuiting van meerdere slachtoffers.
De rechtbank constateerde vormverzuimen rondom geheimhoudersgesprekken, maar zag geen aanleiding tot niet-ontvankelijkheid. De zaak toont de complexiteit van bewijsvoering bij grootschalige mensenhandel en de juridische nuances rond rechtsmacht en procesrecht.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld voor mensenhandel en leidinggeven aan criminele organisaties, deels vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs en niet-ontvankelijk verklaard voor feiten in België.