ECLI:NL:RBUTR:2010:BO0351
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige verwerking van strafrechtelijke persoonsgegevens in extern verwijzingsregister door Rabobank
Eiser vordert verwijdering van zijn persoonsgegevens uit het extern verwijzingsregister (EVR) en het register van de Stichting Fraudebestrijding Hypotheken (SFH) omdat Rabobank deze heeft opgenomen op grond van een vermoeden van valsheid in geschrifte en oplichting.
De rechtbank stelt vast dat de verwerking van deze strafrechtelijke persoonsgegevens onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) valt en alleen is toegestaan bij zodanig concrete feiten dat sprake is van een strafbaar feit, wat hier niet het geval is. Eiser heeft financiële gegevens verstrekt die niet overeenkomen met de werkelijkheid, maar er is geen zwaardere verdenking dan een redelijk vermoeden van schuld.
Rabobank mocht de gegevens opnemen, maar niet handhaven. De rechtbank wijst de vordering tot verwijdering toe en veroordeelt Rabobank in de proceskosten. De gevorderde dwangsom wordt afgewezen omdat Rabobank zich aan het vonnis zal houden.
Uitkomst: Rabobank wordt veroordeeld tot verwijdering van de persoonsgegevens van eiser uit het extern verwijzingsregister en het SFH-register wegens onrechtmatige verwerking.