ECLI:NL:RBUTR:2009:BI1184
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onmiddellijke beëindiging maatschapsovereenkomst wegens onjuiste omzetverantwoording vennoot
De zaak betreft een geschil tussen een vennoot en de maatschap BDO over het moment en de geldigheid van de beëindiging van de maatschapsovereenkomst. De vennoot werd beschuldigd van het onjuist voorstellen van omzet door uren te schrijven die niet gefactureerd of onterecht overgeboekt waren, wat leidde tot een uitzettingsbesluit door de maatschapsvergadering.
De vennoot betwistte de geldigheid van het uitzettingsbesluit op formele gronden zoals het ontbreken van een aangetekende oproeping, schending van hoor en wederhoor, en de terugwerkende kracht van het besluit. De rechtbank verwierp deze bezwaren omdat de nieuwe maatschapsovereenkomst (MO 2003) van toepassing was en de oproeping en vertegenwoordiging adequaat waren.
Inhoudelijk stelde de vennoot dat de beschuldigingen onvoldoende waren onderbouwd en dat hij niet kon reageren wegens gebrek aan inzage in gegevens. De rechtbank oordeelde dat de vennoot voldoende gelegenheid had om te reageren en dat de beschuldigingen, gebaseerd op een gedetailleerd memo, niet gemotiveerd waren weersproken.
De rechtbank verklaarde dat de maatschapsovereenkomst niet per 31 december 2003, maar per 18 maart 2004 is geëindigd en veroordeelde BDO tot het verstrekken van justificatoire bescheiden binnen twee maanden, met een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: De maatschapsovereenkomst is rechtsgeldig beëindigd per 18 maart 2004; BDO moet justificatoire bescheiden verstrekken en de vennoot heeft aanspraak op winstaandeel tot die datum.