ECLI:NL:RBUTR:2008:BD8575
Rechtbank Utrecht
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J.H. van Meegen
- S. Wijna
- R.M. Crowe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en herroeping van besluit aanwijzing als herplaatsingskandidaat wegens ontbrekende wettelijke grondslag
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen zijn aanwijzing als herplaatsingskandidaat door de Universiteit Twente, waarbij verweerder het bezwaar ongegrond verklaarde. Na eerdere procedures en een uitspraak van de rechtbank in 2006, waarbij het dienstverband van eiser werd omgezet in een aanstelling voor onbepaalde tijd, volgde een nieuw besluit van 13 juli 2006 waarin eiser als herplaatsingskandidaat werd aangewezen.
De rechtbank oordeelt dat het besluit van 13 juli 2006 geen wettelijke grondslag heeft, omdat de gehanteerde bepalingen uit de CAO Nederlandse Universiteiten niet van toepassing zijn op dit besluit. De rechtbank stelt vast dat het besluit van 12 januari 2007, dat het bezwaar ongegrond verklaarde, vernietigd moet worden en het primaire besluit van 13 juli 2006 herroepen.
De rechtbank bepaalt dat haar uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit en veroordeelt de Universiteit Twente tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser. Het vonnis is gewezen door een meervoudige kamer en openbaar uitgesproken op 8 april 2008.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot aanwijzing als herplaatsingskandidaat wordt vernietigd en herroepen, en de Universiteit Twente wordt veroordeeld in de proceskosten.