ECLI:NL:RBSGR:2012:BY1636
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Navordering en correctie inkomen uit aanmerkelijk belang in belastingaanslag 2006
Eiseres, exploitant van een administratiekantoor en gehuwd in gemeenschap van goederen, kreeg voor het jaar 2006 een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd met een belastbaar inkomen uit werk en woning van €8.796 en een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van €200.000. Verweerder stelde dat de primitieve aanslag onjuist was en kondigde tijdig navordering aan. Eiseres voerde aan dat navordering niet was toegestaan omdat geen nieuw feit was en dat zij geen inkomen uit aanmerkelijk belang had genoten.
De rechtbank overwoog dat verweerder tijdig en met voldoende scherpte de onjuistheid had meegedeeld en het recht had tot navordering. De correctie van €200.000 werd echter niet aannemelijk gemaakt, omdat niet was gebleken dat de NV in 2006 dividend had uitgekeerd aan de echtgenoot, en dus ook niet dat eiseres een regulier voordeel uit aanmerkelijk belang had genoten. De navorderingsaanslag werd daarom verminderd tot een belastbaar inkomen uit werk en woning van €8.796 en nihil aan inkomen uit aanmerkelijk belang.
De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten van €483 voor de procedure na terugwijzing door het Hof. Het hoger beroep van verweerder werd deels ongegrond verklaard en de zaak werd terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest van het Hof.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt bevestigd maar de correctie van €200.000 aan inkomen uit aanmerkelijk belang vervalt.