ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9319
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken uitzicht op uitzetting naar China binnen redelijke termijn
Eiser, van Chinese nationaliteit, verbleef in bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat er geen redelijk vooruitzicht was op zijn uitzetting naar China, omdat hij niet beschikte over een paspoort en de Chinese autoriteiten geen medewerking verleenden. De rechtbank toetste of de maatregel van bewaring nog rechtmatig was sinds het laatste onderzoek en concludeerde dat verweerder onvoldoende concreet kon aangeven wanneer uitzetting weer mogelijk zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat uitzettingen naar China binnen redelijke termijn alleen mogelijk zijn als de vreemdeling in het bezit is van een bestaand of nieuw paspoort. Van eiser mocht worden verwacht dat hij medewerking verleende aan het verkrijgen van een paspoort, waaronder het plaatsen van een advertentie in een lokale Chineestalige krant en het verstrekken van gegevens op een aanvraagformulier. Eiser had dit nagelaten en onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij hiertoe niet in staat was.
Gezien het langdurig voortduren van de bewaring en het ontbreken van concrete aanwijzingen dat eiser binnen redelijke termijn een paspoort zou verkrijgen, achtte de rechtbank het vooruitzicht op verwijdering naar China thans afwezig. Daarom werd het beroep gegrond verklaard en de bewaring opgeheven per 4 oktober 2012. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De maatregel van bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van redelijk uitzicht op uitzetting naar China binnen redelijke termijn.