ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7490
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. Meijer
- A.P. Pereira Horta
- G.F. van der Linden-Burgers
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken redelijk vooruitzicht op uitzetting naar China
De vreemdeling, van Chinese nationaliteit, was in bewaring gesteld met verlenging van deze maatregel wegens het ontbreken van medewerking aan uitzetting en ontbrekende documentatie. Verweerder steunde de verlenging op het ontbreken van medewerking, hetgeen niet werd betwist door de vreemdeling.
De rechtbank onderzocht het redelijk vooruitzicht op uitzetting naar China, mede aan de hand van recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS). Uit de feiten bleek dat de Chinese autoriteiten sinds juni 2012 niet langer instemmen met verwijderingen via een EU-staat en dat overleg over het uitzettingsproces niet werd hervat. Tevens bleek dat het overleggen van documenten anders dan een origineel en geldig paspoort niet leidt tot verstrekking van een laissez-passer of EU-staat, waardoor verwijdering praktisch onmogelijk is.
De rechtbank stelde vast dat de bewaring reeds geruime tijd duurde en dat er geen concreet aanknopingspunt was dat de vreemdeling alsnog in het bezit zou komen van een geldig paspoort. Daarom ontbrak het redelijk vooruitzicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. De verlenging van de bewaring werd daarom onrechtmatig geoordeeld en opgeheven.
Daarnaast kende de rechtbank een schadevergoeding toe voor vijf dagen onrechtmatige bewaring en veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer op 29 augustus 2012.
Uitkomst: De bewaring van de Chinese vreemdeling wordt opgeheven wegens ontbreken van redelijk vooruitzicht op uitzetting binnen redelijke termijn.