ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4963
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Opheffing verlenging bewaring vreemdeling wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China
Eiser, een Chinese vreemdeling die 20 jaar geleden illegaal China heeft verlaten, werd in bewaring gesteld en de bewaring werd verlengd met maximaal twaalf maanden wegens vermeende onvoldoende medewerking aan uitzetting. Verweerder stelde dat eiser niet meewerkte aan het verkrijgen van documenten voor uitzetting, terwijl eiser aanvoerde dat hij geen mogelijkheden heeft om documenten te verkrijgen, mede vanwege schrapping uit de Chinese basisadministratie en het ontbreken van contactpersonen in China.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht aannam dat eiser onvoldoende meewerkte, maar stelde tevens vast dat de Chinese autoriteiten sinds juni 2012 niet langer instemmen met verwijderingen via EU-staten en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat eiser binnen redelijke termijn in het bezit zal komen van een geldig paspoort. Het ambtsbericht van juni 2010 bevestigt dat een paspoort alleen kan worden verkregen indien men rechtmatig in het land verblijft, wat niet op eiser van toepassing is, en dat een aanvraag in China persoonlijk moet worden gedaan.
Gezien deze feiten concludeerde de rechtbank dat het zicht op uitzetting binnen redelijke termijn ontbreekt en dat de verlenging van de bewaring onrechtmatig is. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval opheffing van de maatregel per 4 oktober 2012, kende een schadevergoeding toe van €2400 voor het verblijf in detentie en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlenging van de bewaring wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt opgeheven per 4 oktober 2012 met toekenning van schadevergoeding.