ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7476
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen legesheffing voor aanvraag Nederlandse identiteitskaart
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de leges van €43,85 die door de gemeente Amsterdam zijn geheven voor de aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart op 26 september 2011. Hij voerde aan dat de heffing niet op een geldige wettelijke grondslag berustte, dat het bedrag niet door een bevoegd bestuursorgaan was vastgesteld, dat hij de aanvraag vóór 22 september 2011 had ingediend en dat de heffing in strijd was met het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de legesheffing gebaseerd is op de Wet van 13 oktober 2011 die met terugwerkende kracht tot en met 22 september 2011 geldt. De gemeentelijke belastingverordening van Amsterdam vormt de grondslag voor de heffing, en de bevoegdheid is correct gemandateerd aan de heffingsambtenaar en diens gemachtigde. De telefonische afspraak van 19 september 2011 werd niet als aanvraag aangemerkt; de daadwerkelijke aanvraag vond plaats op 26 september 2011.
Verder was de heffing voorzienbaar gezien eerdere aankondigingen van de minister en de gemeente, waardoor het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de legesheffing voor de aanvraag van de identiteitskaart.