ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3679
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Alt- van Endt
- I.D. Bellaart
- J. Brandt
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verblijfplaats minderjarigen en verzoek tot teruggeleiding in internationale kinderontvoeringszaak
In deze zaak staat centraal of de minderjarigen hun gewone verblijfplaats hadden gewijzigd naar Duitsland na vertrek met hun ouders in november 2011. De ouders stelden dat zij geëmigreerd waren en dat de verblijfplaats derhalve in Duitsland lag, terwijl Bureau Jeugdzorg betoogde dat het vertrek overhaast was en de gewone verblijfplaats in Nederland bleef.
De rechtbank analyseerde de feiten en omstandigheden, waaronder het ontbreken van een weloverwogen emigratievoorbereiding en onvoldoende onderbouwing van de ouders over de duur en intentie van het verblijf in Duitsland. De rechtbank concludeerde dat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen ten tijde van de overbrenging naar Nederland nog steeds Nederland was.
Gevolg hiervan was dat de overbrenging niet in strijd was met het gezagsrecht zoals bedoeld in artikel 3 van Pro het Haagse Verdrag, waardoor het verzoek tot teruggeleiding naar Duitsland werd afgewezen. Daarnaast verklaarde de rechtbank zich onbevoegd ten aanzien van andere verzoeken en verwees deze door naar de rechtbank Groningen. Het verzoek tot nietigverklaring van eerdere beschikkingen werd eveneens afgewezen.
De procedure rond de verklaring voor recht dat de uithuisplaatsing onrechtmatig was, werd voortgezet volgens de dagvaardingsprocedure. De rechtbank benadrukte het belang van de belangen van de minderjarigen en de gemaakte afspraken tussen partijen.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de minderjarigen naar Duitsland wordt afgewezen omdat hun gewone verblijfplaats Nederland was.