ECLI:NL:RBDHA:2013:BZ7380
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.F.M. Hofhuis
- M.E. Honée
- M.C. Ritsema van Eck-van Drempt
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen ouders tegen Bureau Jeugdzorg en Raad voor de Kinderbescherming inzake uithuisplaatsing minderjarigen
De ouders vorderden een verklaring voor recht dat Bureau Jeugdzorg (BJZ) en de Raad voor de Kinderbescherming onrechtmatig hebben gehandeld door hun minderjarige kinderen onrechtmatig uit Duitsland te laten weghalen en onder te brengen in Nederland. Zij stelden onder meer dat de beschikkingen van de kinderrechter in Groningen onbevoegd en niet betekend waren, dat BJZ valselijk aangifte deed van ontvoering en dat er sprake was van ongeoorloofde samenwerking tussen BJZ, de Raad, politie, justitie en het Duitse Jugendamt.
De rechtbank oordeelde dat de beschikkingen van 25 november en 14 december 2011 van de kinderrechter in Groningen rechtens onaantastbaar zijn en dat BJZ gerechtigd was tot uithuisplaatsing en beslissingen over de verblijfplaats van de minderjarigen. Betekening van de beschikkingen was niet vereist voor het doen afgeven van de minderjarigen aan BJZ. De vermeende tenuitvoerlegging in Duitsland door BJZ vond niet plaats; de feitelijke opvang in Duitsland gebeurde door het Jugendamt volgens Duits recht.
De rechtbank stelde vast dat BJZ niet onrechtmatig heeft gehandeld en dat de Raad geen feitelijke betrokkenheid had bij de tenuitvoerlegging. Ook de stellingen over valse aangifte en ongeoorloofde samenwerking werden verworpen. De ouders werden veroordeeld in de proceskosten en hun vorderingen werden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van de ouders af en bevestigt de rechtmatigheid van de uithuisplaatsing en het handelen van BJZ en de Raad.