ECLI:NL:RBSGR:2012:BW7045
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- T. van Rij
- M.A. Dirks
- I. Obbink-Reijngoud
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslagen wegens verzwegen buitenlandse banktegoeden tijdig en voortvarend opgelegd
Eiseres, rekeninghoudster van twee Zwitserse bankrekeningen met substantiële tegoeden, heeft navorderingsaanslagen ontvangen wegens niet aangegeven inkomsten en vermogensbelasting over 1997 en 1998.
Verweerder ontving in 2009 een inkeerverklaring waarin eiseres aangaf tot vrijwillige verbetering van haar fiscale positie te willen overgaan. Na ontvangst van relevante gegevens in maart 2010 legde verweerder in juli 2010 navorderingsaanslagen op. Eiseres betwistte de aanslagen en stelde onder meer dat geen nieuw feit was vastgesteld, dat de aanslagen niet tijdig waren opgelegd en dat haar hoor- en inzagerecht waren geschonden.
De rechtbank oordeelde dat de inkeerverklaring een nieuw feit vormde dat navordering rechtvaardigde, en dat de navorderingsaanslagen tijdig waren opgelegd binnen de verlengde navorderingstermijn, die ook met uitstel wordt verlengd. Verder werd geoordeeld dat de hoorplicht niet was geschonden omdat eiseres te laat om een hoorzitting had verzocht en dat het inzagerecht niet was geschonden wegens te late aanvraag.
De rechtbank wees het beroep af en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling of immateriële schadevergoeding. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 9 mei 2012.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen worden ongegrond verklaard; de aanslagen zijn tijdig en voortvarend opgelegd.