ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3810
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.C.H.M. Lips
- G.J. van Leijenhorst
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt winst uit onderneming bij exploitatie van onroerende zaken en wijst beroep af
Eiser exploiteert onroerende zaken door panden te verwerven, te financieren met leningen en geschikt te maken voor verhuur, waaronder kamerverhuur. De Belastingdienst kwalificeert deze activiteiten als onderneming, terwijl eiser stelt dat het slechts normaal vermogensbeheer betreft vanwege geringe omvang en eenvoudige aard van de werkzaamheden.
De rechtbank concludeert dat sprake is van een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid gericht op winst, waarbij niet alleen de arbeid van eiser zelf, maar ook die van werknemers en derden wordt meegewogen. De omvang van het aantal panden, de financiering met vreemd vermogen, en de intensieve exploitatieactiviteiten ondersteunen deze conclusie.
Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de werkzaamheden beperkt waren tot normaal vermogensbeheer of dat het beheer was uitbesteed aan derden. De rechtbank acht de door verweerder vastgestelde winst niet te hoog en verklaart het beroep ongegrond.
Daarnaast constateert de rechtbank dat de procedure langer dan de redelijke termijn heeft geduurd en opent het onderzoek ter voorbereiding van een nadere uitspraak over vergoeding van immateriële schade wegens deze termijnoverschrijding.
De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage op 6 april 2012 en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiser winst uit onderneming behaalt met de exploitatie van onroerende zaken.