ECLI:NL:RBSGR:2012:BV6424
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en beoordeling duur inreisverbod volgens Terugkeerrichtlijn
Verzoeker, een Iraakse Turkmeense, diende een herhaalde aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel in, nadat eerdere aanvragen waren afgewezen. Zij stelde dat zij gevaar liep vanwege haar afkomst en de situatie in Irak, waaronder incidenten met haar familie. De rechtbank oordeelde dat deze feiten geen nieuw relevant bewijs vormen en dat de eerdere afwijzing terecht was.
Daarnaast betwistte verzoeker de motivering van de duur van het opgelegde inreisverbod van twee jaar. De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse regelgeving, in combinatie met artikel 3:2 Awb Pro, de volledige toepassing van de Terugkeerrichtlijn verzekert, ook al is artikel 11, tweede lid, van de richtlijn niet letterlijk overgenomen. Verzoeker had geen bijzondere omstandigheden aangevoerd die een korter inreisverbod rechtvaardigen.
De voorzieningenrechter besloot dat nader onderzoek niet bijdraagt aan de beoordeling en sprak het beroep ongegrond uit. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. De uitspraak bevestigt dat de afwijzing van de asielaanvraag en de duur van het inreisverbod in overeenstemming zijn met het nationale en Europese recht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.