ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2340
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M.H. Rijken-Lie
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting naar Sierra Leone
Eiser, een vreemdeling van Sierra Leoonse nationaliteit, is op 1 februari 2011 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij betwist de voortzetting van deze bewaring en het verlengingsbesluit, stellende dat zicht op uitzetting ontbreekt en dat de bewaring niet langer dan zes maanden mag duren gezien de niet-geïmplementeerde Terugkeerrichtlijn (Tri).
De rechtbank oordeelt dat het verlengingsbesluit juridisch gelijkstaat aan het besluit tot voortzetting van de bewaring, waardoor het beroep tegen het verlengingsbesluit niet-ontvankelijk is. Verder wordt geoordeeld dat de bewaring ook na zes maanden kan voortduren conform artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, in lijn met de Tri.
Ten aanzien van het zicht op uitzetting blijkt uit stukken dat de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) actief overleg voert met de Sierra Leoonse autoriteiten over het verkrijgen van laissez passers voor gedwongen terugkeer. Deze laissez passers worden verstrekt aan vreemdelingen die vrijwillig willen terugkeren, een verklaring die eiser niet heeft afgelegd. De rechtbank stelt dat het redelijk is van eiser te verlangen volledig mee te werken aan zijn terugkeer, waaronder het afleggen van deze verklaring.
Daarnaast is niet gebleken dat eiser voldoende heeft meegewerkt aan het verkrijgen van documenten voor uitzetting. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat het ontbreken van een paspoort niet betekent dat uitzetting onmogelijk is, mits de vreemdeling actief meewerkt. De rechtbank concludeert dat verweerder voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting en dat het voortduren van de bewaring niet onredelijk is.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen, aangezien geen omstandigheden zijn gesteld die dit rechtvaardigen.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het verlengingsbesluit niet-ontvankelijk.