ECLI:NL:RBSGR:2011:BR5502
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning asiel wegens beëindiging categoriaal beschermingsbeleid en gebrek aan positieve overtuigingskracht asielrelaas
Eiser, van Iraakse nationaliteit, kreeg in 2005 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van het categoriaal beschermingsbeleid voor Centraal-Irak. In 2010 werd deze vergunning ingetrokken omdat het beschermingsbeleid was beëindigd. Eiser betoogde dat hij niet verantwoordelijk was voor het gebruik van valse documenten en dat zijn asielrelaas geloofwaardig was.
De rechtbank overwoog dat verweerder terecht heeft vastgesteld dat het gebruik van valse documenten en het ontbreken van reisdocumenten aan eiser kunnen worden toegerekend. Het asielrelaas van eiser ontbeerde positieve overtuigingskracht, mede omdat het afhankelijk was van het ongeloofwaardige relaas van zijn vader. Daarnaast was de algemene veiligheidssituatie in Irak niet zodanig dat terugkeer een reëel risico op een in artikel 3 EVRM Pro verboden behandeling opleverde.
De rechtbank nam voorts in aanmerking dat het aannemen van een westerse levensstijl door eiser niet leidt tot een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. Het beroep op artikel 15 van Pro de Definitierichtlijn faalde omdat deze richtlijn ten tijde van de aanvraag nog niet was geïmplementeerd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.