ECLI:NL:RBSGR:2011:BR5501
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens beëindiging categoriaal beschermingsbeleid en ongeloofwaardig asielrelaas
Eiseres, van Iraakse nationaliteit, kreeg in 2005 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van het categoriaal beschermingsbeleid voor Centraal-Irak. Deze vergunning werd in 2010 ingetrokken met terugwerkende kracht tot november 2008, omdat het beschermingsbeleid was beëindigd. Eiseres stelde beroep in tegen deze intrekking.
De rechtbank overwoog dat het ontbreken van authentieke reisdocumenten en het gebruik van een vals document aan eiseres kon worden toegerekend. Het asielrelaas van eiseres werd als ongeloofwaardig beoordeeld, mede omdat het afhankelijk was van het relaas van haar echtgenoot, dat eveneens werd verworpen. Daarnaast bood het algemene veiligheidsbeeld in Irak geen grond voor bescherming op basis van artikel 3 EVRM Pro of de subsidiaire beschermingsrichtlijn.
Ook de medische situatie van de minderjarige dochter van eiseres rechtvaardigde geen verblijfsvergunning, omdat geen sprake was van een ziekte in een vergevorderd en direct levensbedreigend stadium. De rechtbank concludeerde dat eiseres niet voldeed aan de voorwaarden voor verlenging van haar verblijfsvergunning en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege het beëindigde beschermingsbeleid en het ongeloofwaardige asielrelaas.