ECLI:NL:RBSGR:2011:BP5652
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verduistering van ruim 29.000 euro door verdachte met medeplichtigen
Verdachte heeft in de periode augustus 2007 samen met medeverdachten een bedrag van €29.569,36 verduisterd dat bestemd was voor een ministerie. Een medeverdachte, werkzaam bij de salarisadministratie, maakte het geld onrechtmatig over naar de bankrekening van verdachte. Verdachte stelde haar rekening hiervoor ter beschikking en had kennis van het feit dat het bedrag hoger kon uitvallen dan aanvankelijk besproken.
De rechtbank oordeelt dat verdachte voorwaardelijk opzet had op de verduistering van het volledige bedrag, ondanks dat aanvankelijk een lager bedrag was besproken. Verdachte speelde een wezenlijke rol bij het delict en handelde uit eigen gewin. Er is rekening gehouden met persoonlijke omstandigheden, waaronder stress, relatieproblemen en financiële problemen die volgden uit de zaak.
Hoewel een werkstraf van 140 uur passend werd geacht, is vanwege een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro de straf verminderd tot 120 uur. De rechtbank achtte geen voorwaardelijke gevangenisstraf met reclasseringstoezicht meer nodig, mede gezien het positieve verloop van de situatie van verdachte na het delict.
De rechtbank verklaarde verdachte schuldig aan medeplegen van verduistering en veroordeelde haar tot een werkstraf van 120 uur met een vervangende hechtenis van 60 dagen indien de taakstraf niet wordt uitgevoerd. De zaak werd behandeld door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage en het vonnis werd uitgesproken op 23 februari 2011.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 120 uur wegens medeplegen van verduistering.