ECLI:NL:RBSGR:2009:BL2342
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. van Kempen
- R.C.H.M. Lips
- E.J.W. Heithuis
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting wegens niet aangegeven aanmerkelijk belang, kwade trouw adviseur, boete vernietigd
Eiser, aandeelhouder van twee BV's, verkocht in 2002 aandelen met een aanzienlijk vervreemdingsvoordeel van €737.638. Dit inkomen uit aanmerkelijk belang werd niet aangegeven in zijn aangifte inkomstenbelasting 2002, verzorgd door zijn IB-adviseur. De Belastingdienst legde een navorderingsaanslag en een vergrijpboete op.
De rechtbank stelde vast dat de IB-adviseur beschikte over relevante informatie, maar deze niet raadpleegde en de aangifte onjuist indiende. Deze kwade trouw van de adviseur werd aan eiser toegerekend, waardoor de navordering terecht was. Voor de boete geldt echter dat deze niet aan eiser kan worden toegerekend, omdat eiser zelf geen opzet of grove schuld had.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de navorderingsaanslag ongegrond en het beroep tegen de boetebeschikking gegrond, vernietigde de boete en veroordeelde de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Eiser had erop vertrouwd dat zijn adviseur de aangifte correct zou verzorgen, en de Belastingdienst kon niet aantonen dat eiser zelf grove schuld had.
De uitspraak bevestigt dat kwade trouw van een adviseur kan worden toegerekend aan de belastingplichtige voor navordering, maar niet voor het opleggen van een boete. Dit onderscheid is conform eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.
Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Gravenhage binnen zes weken na verzending.
Uitkomst: Navordering van belasting is terecht wegens kwade trouw adviseur, maar boete wordt vernietigd wegens ontbreken van grove schuld bij eiser.