ECLI:NL:RBSGR:2009:BK4957
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Soedan
Eiser is op 9 oktober 2009 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van zicht op uitzetting naar Soedan. Hij betoogde dat eerdere pogingen tot uitzetting in 2007 zonder resultaat waren gebleven en dat zijn psychiatrische toestand een voortzetting van de bewaring onredelijk maakte. Verweerder stelde dat door gesprekken met Soedanese autoriteiten en de mogelijkheid van uitzetting via een laissez-passer (lp) of EU-document wel degelijk zicht op uitzetting bestond.
De rechtbank overwoog dat ondanks de mededelingen van de Soedanese autoriteiten over het verstrekken van lp's en nationaliteitsverklaringen, er geen bewijs was dat daadwerkelijk lp's waren verstrekt of dat uitzettingen succesvol hadden plaatsgevonden. Eerdere uitspraken bevestigden dat er geen zicht op uitzetting binnen redelijke termijn was. De rechtbank concludeerde dat de vrijheidsontnemende maatregel van meet af aan in strijd met de wet was opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval onmiddellijke opheffing van de bewaring en kende eiser een schadevergoeding toe van €2205,-- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Daarnaast werden de proceskosten van €874,-- aan eiser toegekend. Het vonnis werd gewezen door voorzitter R.H.G. Odink op 6 november 2009.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard, bewaring onmiddellijk opgeheven en schadevergoeding toegekend wegens ontbreken zicht op uitzetting.