ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ5802
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar Soedan
Eiser, een Soedanese vreemdeling, werd in bewaring gesteld wegens illegaal verblijf en het niet naleven van zijn vertrektermijn. Hij voerde aan rechtmatig verblijf te hebben vanwege een lopende voorlopige voorziening en betwistte de gronden voor bewaring, waaronder het niet meewerken aan vertrek en het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs.
De rechtbank oordeelde dat eiser geen rechtmatig verblijf had, omdat uitzetting niet was opgeschort door een rechterlijke beslissing. De gronden voor bewaring waren terecht: eiser hield zich niet aan zijn vertrektermijn, werkte onvoldoende mee aan vertrek en had geen geldig identiteitsbewijs. Wel stelde de rechtbank vast dat er geen concreet zicht was op uitzetting naar Soedan binnen een redelijke termijn, mede vanwege de weigering van de Soedanese autoriteiten om EU-documenten te erkennen.
Gelet op het ontbreken van uitzicht op uitzetting verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en hechtte zij waarde aan de brief van de Soedanese ambassade die bevestigde dat houders van EU-documenten geen toegang tot Soedan krijgen. De bewaring werd met onmiddellijke ingang opgeheven en eiser kreeg een schadevergoeding toegekend voor de onrechtmatige bewaring. Tevens werden de proceskosten aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens ontbreken van concreet zicht op uitzetting en eiser krijgt een schadevergoeding toegekend.