ECLI:NL:RBSGR:2008:BF2208
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel vreemdelingenbewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China
De Staatssecretaris van Justitie legde op 10 september 2008 een maatregel van vreemdelingenbewaring op aan eiser, een Chinese vreemdeling, op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en vorderde tevens schadevergoeding.
De rechtbank beoordeelde of de bewaring rechtmatig was en of er zicht was op uitzetting naar China. Eiser stelde dat de Chinese autoriteiten sinds april 2007 geen laissez passers meer verstrekken, waardoor uitzetting binnen redelijke termijn niet mogelijk is. Verweerder kon ter zitting geen concrete aanwijzingen geven over een veranderde houding van de Chinese autoriteiten, ondanks een enkele verstrekte laissez passer.
De rechtbank sloot zich aan bij eerdere uitspraken waarin werd geoordeeld dat één afgegeven laissez passer onvoldoende is om van een structurele wijziging te spreken. Ook de informatie over terugkeer via de IOM leidt niet tot het oordeel dat zicht op uitzetting bestaat. De maatregel van bewaring is daarom onrechtmatig en dient te worden opgeheven.
De rechtbank kende eiser een schadevergoeding toe van €1.165,- voor de periode van bewaring en veroordeelde de Staat tot vergoeding van de proceskosten ad €644,-. Het beroep werd gegrond verklaard en de maatregel per direct opgeheven.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van zicht op uitzetting binnen redelijke termijn.