ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9688
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toepasselijkheid huurregime bedrijfsruimte bij onduidelijke bestemming gehuurde
In deze zaak staat centraal welk huurregime van toepassing is op het gehuurde bedrijfsruimte van Houtwerk B.V. De verhuurder, gemeente Delft, stelt dat artikel 7:230a BW van toepassing is, terwijl Houtwerk betoogt dat artikel 7:290 BW Pro van toepassing is vanwege het ambachtsbedrijf en de aanwezigheid van een voor publiek toegankelijk verkooppunt. De kantonrechter stelt vast dat de schriftelijke overeenkomsten onduidelijk zijn over de bestemming en dat de overeenkomst uit 2003 niet is ondertekend door Houtwerk.
De kantonrechter weegt de feitelijke omstandigheden mee en concludeert dat Houtwerk het gehuurde sinds 1992 gebruikt als ambachtsbedrijf, waarbij klanten worden ontvangen in een ruimte die tevens als showroom fungeert. De aanwezigheid van een voor publiek toegankelijk lokaal voor rechtstreekse levering van roerende zaken is vastgesteld, ondanks het ontbreken van een pinautomaat en het betwisten door gemeente Delft.
Gemeente Delft heeft onvoldoende bewijs geleverd dat het gebruik van het gehuurde beperkt is tot opslag en werkplaats zonder publiek. Houtwerk krijgt daarom de gelegenheid bewijs te leveren dat dit gebruik reeds bestond vóór de huurovereenkomst van 1 januari 2000. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Houtwerk wordt toegelaten tot bewijslevering over het bestaan van een voor publiek toegankelijk lokaal; verdere beslissing wordt aangehouden.