ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8976
Rechtbank 's-Gravenhage
- Raadkamer
- M.B. Bax
- J.N.F. Sleddens
- M.A.H. Span-Henkens
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken zicht op uitzetting naar China binnen redelijke termijn
Eiseres is in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000 en heeft beroep ingesteld tegen deze bewaring, stellende dat de Chinese autoriteiten niet medewerken aan haar uitzetting en er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn.
De rechtbank heeft in eerdere uitspraken nog aangenomen dat er zicht was op uitzetting, mede omdat de Chinese autoriteiten bereid waren tot gesprekken over terugkeer. Echter, uit het verhandelde ter zitting en de recente ontwikkelingen blijkt dat verweerder geen gebruik heeft gemaakt van deze bereidheid en dat de inspanningen tot een oplossing zijn gestagneerd.
Er is een interdepartementaal overleg geweest zonder resultaat, en informele overleggen zonder concrete uitkomsten. Verweerder kon geen termijn noemen waarbinnen de houding van de Chinese autoriteiten zou veranderen. Hierdoor is het zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn verdwenen.
De rechtbank oordeelt dat de bewaring van eiseres onrechtmatig is vanaf 29 juli 2008 en beveelt de opheffing van de bewaring met ingang van 30 juli 2008. Tevens wordt een schadevergoeding van €140,00 toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en worden proceskosten van €644,00 aan eiseres toegekend.
Uitkomst: Bewaring opgeheven wegens ontbreken zicht op uitzetting binnen redelijke termijn en schadevergoeding toegekend.