ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8287
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verblijfsvergunning arbeid vrij toegestaan geeft geen recht op voortgezet verblijf zonder twv
Eiser, met Kaapverdische nationaliteit, beschikte van 30 oktober 2004 tot 1 juni 2006 over een verblijfsvergunning met de aantekening 'arbeid vrij toegestaan, twv niet vereist'. Na beëindiging van dit rechtmatig verblijf vroeg hij verlenging aan, welke werd afgewezen door verweerder omdat geen wezenlijk Nederlands belang werd gediend en er voldoende prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt was.
De rechtbank overweegt dat de aantekening op zich geen recht geeft op voortgezet verblijf en dat aan de voorwaarden van de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000 moet worden voldaan. Eisers beroep tegen de afwijzing van zijn aanvragen is deels gegrond verklaard vanwege ondeugdelijke motivering, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.
Verder oordeelt de rechtbank dat verweerder terecht heeft afgezien van het horen van eiser in bezwaar omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was. De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser.
De uitspraak bevestigt dat vrijstelling van de tewerkstellingsvergunning (twv) niet automatisch leidt tot verlenging van het verblijfsrecht zonder toetsing aan de geldende voorwaarden en het prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt.
Uitkomst: Het beroep wordt deels gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand; verweerder wordt veroordeeld in proceskosten.