ECLI:NL:RBSGR:2007:BC2952
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verlenging verblijfsvergunning arbeid bij andere werkgever
Eiser, sinds 26 januari 2000 houder van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking arbeid in loondienst bij een specifieke werkgever, verzocht om verlenging van zijn vergunning terwijl hij inmiddels bij een andere werkgever werkzaam was. Verweerder wees de aanvraag af, stellende dat een wijziging van de beperking vereist was bij een andere werkgever.
De rechtbank oordeelde dat eiser, na drie jaar arbeid met een geldige tewerkstellingsvergunning, vrij is op de arbeidsmarkt en dat de vermelding van een specifieke werkgever in de vergunning niet langer noodzakelijk is. Dit volgt uit paragraaf B5/3 van de Vreemdelingencirculaire en artikel 4 van Pro de Wet arbeid vreemdelingen. De afwijzing was daarom in strijd met artikel 18 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en ondeugdelijk gemotiveerd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten en de Staat der Nederlanden werd aangewezen voor vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verlenging van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.