ECLI:NL:RBSGR:2006:AW4872
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.J. van Bennekom
- P.H.A. Knol
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking verblijfsvergunning met terugwerkende kracht en afwijzing wijziging beperking arbeid
Eiseres, een Poolse nationaliteit houdende vrouw, had een verblijfsvergunning voor verblijf bij partner verleend vanaf 6 september 2000. Zij vroeg op 30 januari 2003 om wijziging van de beperking van haar vergunning naar voortgezet verblijf voor het verrichten van arbeid in loondienst. Verweerder trok de vergunning met terugwerkende kracht per 30 januari 2003 in en wees de aanvraag tot wijziging af. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat intrekking met terugwerkende kracht niet mogelijk was en dat zij recht had op voortgezet verblijf op basis van haar arbeidsmarktaantekening.
De rechtbank oordeelde dat eiseres procesbelang had bij het beroep tegen de intrekking met terugwerkende kracht. De Vreemdelingenwet 2000 biedt geen grondslag tegen terugwerkende intrekking, en het algemene bestuursrecht staat dit toe, mits het rechtszekerheidsbeginsel niet wordt geschonden. De rechtbank vond dat dit niet het geval was omdat eiseres wist dat zij niet meer aan de beperking voldeed toen zij de wijziging aanvroeg.
Ten aanzien van de afwijzing van de wijziging van de beperking stelde de rechtbank vast dat de arbeidsmarktaantekening “arbeid vrij toegestaan - twv niet vereist” geen zelfstandig recht op voortgezet verblijf geeft. De toetsing aan het prioriteitgenietend aanbod op de arbeidsmarkt is gerechtvaardigd en verweerder mocht de aanvraag afwijzen op basis van het CWI-advies dat voldoende aanbod bestaat. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking met terugwerkende kracht van de verblijfsvergunning en de afwijzing van de wijziging van de beperking wordt ongegrond verklaard.