ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2205
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewaring ongedocumenteerde Chinese vreemdeling onrechtmatig wegens ontbreken zicht op uitzetting
Eiseres, een ongedocumenteerde Chinese vreemdeling, werd op 14 april 2008 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 met het oog op uitzetting. Tegen deze bewaring werd beroep ingesteld en tevens een schadevergoeding gevraagd.
De rechtbank stelde vast dat verweerder eerder onjuiste informatie had verstrekt over de verstrekking van reisdocumenten door Chinese autoriteiten aan ongedocumenteerde vreemdelingen. Verweerder erkende dat in 2007 en 2008 geen reisdocumenten aan deze groep werden afgegeven, maar stelde dat de vreemdeling zelf verantwoordelijk is voor het verkrijgen van documenten om uitzetting mogelijk te maken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende concrete aanknopingspunten had geleverd waaruit blijkt dat eiseres redelijkerwijs in het bezit kan komen van documenten. De algemene stelling dat een medewerkingsplicht rust zonder nadere invulling is te vaag. Daarom is er geen reëel zicht op uitzetting en is de bewaring onrechtmatig vanaf de eerste dag.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval onmiddellijke invrijheidstelling per 29 april 2008, kende een schadevergoeding van €1.050 toe en veroordeelde verweerder in de proceskosten van €644.
Uitkomst: Bewaring ongedocumenteerde Chinese vreemdeling is onrechtmatig wegens ontbreken van reëel zicht op uitzetting; onmiddellijke invrijheidstelling en schadevergoeding toegekend.