ECLI:NL:RBSGR:2008:BD2036
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Vink
- T. van Rij
- A.J.M. Arends
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van borgstelling in familieverband als ongebruikelijke terbeschikkingstelling
Erflater stelde zich in 1995 borg voor leningen ten behoeve van besloten vennootschappen van zijn schoonzoon. In 2001 werd erflater door de bank aangesproken en betaalde hij het borggestelde bedrag. De vraag was of deze borgstelling fiscaalrechtelijk als een ongebruikelijke terbeschikkingstelling moest worden aangemerkt, wat gevolgen heeft voor de belastingheffing.
De rechtbank stelde vast dat de borgtocht onderdeel was van een zakelijke schuldleningsovereenkomst en dat de familierelatie tussen erflater en schoonzoon niet leidde tot een maatschappelijk ongebruikelijke situatie. De regresvordering van erflater op de vennootschappen ontstond fiscaalrechtelijk pas na betaling van de borg, en de borgtocht was niet ongebruikelijk gelet op de omstandigheden en de omvang ten opzichte van het maximale obligo.
De rechtbank concludeerde dat de borgstelling niet als een ongebruikelijke terbeschikkingstelling kwalificeert en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan op 27 februari 2008 door de rechtbank 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat de borgstelling geen ongebruikelijke terbeschikkingstelling vormt.