ECLI:NL:RBSGR:2008:BC8994
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing maatregel vreemdelingenbewaring wegens vaste verblijfplaats in asielzoekerscentrum
De Staatssecretaris van Justitie legde op 22 maart 2008 aan eiser een maatregel van vreemdelingenbewaring op op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en voerde aan dat hij op het moment van inbewaringstelling verbleef in een asielzoekerscentrum, wat een vaste woon- of verblijfplaats vormt.
De rechtbank stelde vast dat eiser inderdaad in het AZC te Luttelgeest verbleef en dat dit als vaste woon- of verblijfplaats moet worden aangemerkt, ongeacht inschrijving in de GBA. Verweerder had ten onrechte het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats als grond voor de bewaring aangevoerd. Daarnaast kon het ontbreken van een identiteitspapier niet als enige grond voor bewaring dienen.
De rechtbank concludeerde dat de maatregel in strijd met de wet was en daarom onrechtmatig. De bewaring werd opgeheven met ingang van de uitspraakdatum en eiser werd een schadevergoeding van €700 toegekend voor de ten onrechte doorgebrachte dagen in bewaring. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €644.
Uitkomst: De maatregel van vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens het bestaan van een vaste woon- of verblijfplaats in een asielzoekerscentrum en eiser krijgt een schadevergoeding toegekend.