ECLI:NL:RBSGR:2007:BC2383
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting wegens typefout loonheffing
Eiser heeft over het jaar 2002 aangifte gedaan van inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, waarbij hij een bedrag van € 22.445 als ingehouden en afgedragen loonbelasting heeft opgegeven. Door een typefout van een medewerker van de Belastingdienst werd echter € 24.455 als loonheffing verwerkt, wat leidde tot een onjuiste definitieve aanslag.
Nadat deze fout werd ontdekt, legde de Belastingdienst een navorderingsaanslag op om het verschil te corrigeren. Eiser betwistte de rechtmatigheid van deze navorderingsaanslag en voerde onder meer aan dat de fout voortkwam uit een bewust gekozen systeem van verwerking en dat de heffingsrente onterecht werd berekend.
De rechtbank oordeelde dat artikel 16, tweede lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) navordering mogelijk maakt bij een onjuiste verrekening van loonheffing zonder dat een feit vereist is. De stelling van eiser dat de navordering onzorgvuldig is, faalde omdat de wet de gevolgen van dergelijke fouten regelt en de navordering binnen de wettelijke termijn is opgelegd.
Verder werd geoordeeld dat de heffingsrente terecht is berekend op grond van de gewijzigde wettelijke bepalingen, ongeacht dat de fout niet aan eiser te wijten is. De rechtbank zag geen strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel of andere beginselen van behoorlijk bestuur. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting is terecht opgelegd en het beroep wordt ongegrond verklaard.