ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3544
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens niet tijdig verlenen verblijfsvergunning op grond van artikel 8 EVRM
Eiseres heeft een verzoek ingediend tot vergoeding van schade die zij stelt te hebben geleden door het niet tijdig verlenen van een verblijfsvergunning. De rechtbank stelt vast dat de onrechtmatigheid van het besluit reeds in een eerdere procedure is vastgesteld, waarbij de ingangsdatum van de verblijfsvergunning op 30 juli 1994 had moeten worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelt dat het relativiteitsvereiste uit artikel 6:163 BW Pro in de weg staat aan aansprakelijkheid voor inkomensderving, omdat de verleende vergunning niet strekt tot het verkrijgen van inkomen uit arbeid. Eiseres heeft bovendien onvoldoende onderbouwing geleverd van de omvang van de schade, waaronder inkomensderving, kosten en psychische schade.
De rechtbank wijst ook het beroep af dat verweerder de hoorplicht heeft geschonden, omdat het horen naar het oordeel van de rechtbank geen nadere duidelijkheid had kunnen verschaffen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van schadevergoeding wordt gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van schadevergoeding wordt gehandhaafd.