ECLI:NL:RBSGR:2005:AU2088
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart Staat onrechtmatig wegens onvoldoende optreden tegen discriminatie van vrouwen door SGP
Eiseressen, bestaande uit diverse belangenorganisaties gericht op vrouwenrechten en mensenrechten, vorderen een verklaring voor recht dat de Staat handelt in strijd met artikel 7 van Pro het Vrouwenverdrag en andere internationale en nationale bepalingen door onvoldoende op te treden tegen de discriminatie van vrouwen binnen de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP).
De SGP sluit sinds 1997 vrouwen uit van het gewone lidmaatschap en daarmee van het passief kiesrecht binnen de partij. De Staat subsidieert de SGP en neemt geen passende maatregelen om deze discriminatie te beëindigen. De rechtbank oordeelt dat het Vrouwenverdrag directe werking heeft en dat de Staat verplicht is passende maatregelen te nemen om discriminatie in het politieke leven uit te bannen.
De rechtbank concludeert dat de Staat onrechtmatig handelt door geen effectieve maatregelen te treffen, zoals het intrekken van subsidies of het toepassen van strafrechtelijke sancties, en beveelt de Staat om artikel 2 van Pro de Wet subsidiering politieke partijen jegens de SGP buiten toepassing te laten zolang vrouwen niet op gelijke voet met mannen lid kunnen worden. De vorderingen van enkele belangenorganisaties worden afgewezen wegens gebrek aan ontvankelijkheid. De Staat wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de Staat onrechtmatig wegens onvoldoende optreden tegen discriminatie van vrouwen door de SGP en beveelt het buiten toepassing laten van subsidie zolang vrouwen niet gelijk lid kunnen worden.