ECLI:NL:PHR:2010:BK4549
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring SGP in cassatieberoep inzake passief kiesrecht vrouwen en discriminatie
Deze zaak betreft het cassatieberoep van de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP) tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag over het passief kiesrecht van vrouwen binnen de SGP. De belangenorganisaties hadden de Staat gedagvaard wegens het nalaten van maatregelen tegen discriminatie van vrouwen door de SGP. De SGP voerde zelfstandig cassatieberoep in, maar de Hoge Raad verklaart dit beroep niet-ontvankelijk omdat de SGP geen partij was in eerdere instanties en haar middelen de rechtsstrijd onrechtmatig uitbreiden.
Het hof had geoordeeld dat de Staat onrechtmatig handelt door niet te voldoen aan artikel 7, aanhef en onder a en c, van het VN-Vrouwenverdrag, dat discriminatie van vrouwen in politieke participatie verbiedt. De SGP maakt bezwaar tegen deze beoordeling, onder meer met een beroep op vrijheid van godsdienst, vereniging en meningsuiting, en stelt dat het vrouwenstandpunt een geloofsovertuiging betreft. De Hoge Raad bevestigt dat de SGP als gevoegde partij aan de zijde van de Staat mocht optreden, maar niet zelfstandig haar rechtsstrijd mocht uitbreiden.
De Hoge Raad oordeelt dat het discriminatieverbod zwaarder weegt dan de grondrechten van de SGP en haar leden, en dat de Staat gehouden is passende maatregelen te nemen, zonder dat de rechter de Staat kan dwingen tot specifieke wetgeving. De vrijheid van godsdienst wordt erkend, maar het onderscheid tussen mannen en vrouwen bij kandidaatstelling is niet objectief gerechtvaardigd. De belangenafweging van het hof is niet onbegrijpelijk, en de SGP mist belang bij haar cassatiemiddelen die afwijken van die van de Staat. Het cassatieberoep van de SGP wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de SGP wordt niet-ontvankelijk verklaard; de Staat handelt onrechtmatig door geen maatregelen te nemen tegen discriminatie van vrouwen bij de SGP.