ECLI:NL:RBSGR:2004:AS4583
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing aanvraag verblijfsvergunning op grond van discretionaire bevoegdheid
Eiser, een Turkse vreemdeling die sinds 1989 in Nederland verblijft, verzocht op grond van artikel 3:4, derde lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 om een verblijfsvergunning op basis van bijzondere en schrijnende omstandigheden. Verweerder wees dit verzoek af in een brief van 31 oktober 2003, die door verweerder ten onrechte niet als een besluit werd aangemerkt waartegen bezwaar mogelijk was.
De rechtbank oordeelde dat de brief van eiser moet worden gezien als een aanvraag en de brief van verweerder als een besluit in de zin van de Awb. Verweerder heeft het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk verklaard en daarmee de heroverweging van het primaire besluit belemmerd. Tevens is de hoorplicht geschonden doordat verweerder ten onrechte afzag van het horen van eiser.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 7:2, 7:11 en 7:12 van de Awb en beveelt verweerder binnen tien weken een nieuw besluit te nemen. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten en de griffierechten worden aan eiser vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning wordt vernietigd met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.