Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres], te [plaats], eiseres,
de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid).
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming van het bestreden besluit
Ze belden mij op en zeiden: Ik heb eiwit en eigeel. Toen vroeg ik: mag ik dat ontvangen. Toen kreeg ik als antwoord: “Dat is van humane kwaliteit". Daar ging [de leverancier] ook van uit. [de leverancier] had aan [bedrijf A] de reden van afkeur gevraagd. [bedrijf A] vertelde dat het om verontreiniging ging, De jongen bij [de leverancier] zit er nogniet zolang en heeft niet doorgevraagd.” In het rapport van bevindingen van 8 april 2024 concludeert de toezichthouder dat bij eiseres geen of onvoldoende eigen controles waren toegepast om na te gaan of eiseres dit onverwerkt categorie 2 materiaal had mogen ontvangen voor vergisting.
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 15 januari 2025 voor zover dat ziet op de hoogte van de boete;
- herroept het primaire besluit, voor zover dat ziet op de hoogte van de boete;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde deel van het besluit;
- stelt de boete vast op € 2.375,-;
- bepaalt dat de Staat der Nederlanden het griffierecht van € 385,- aan eiseres moet vergoeden.
Informatie over hoger beroep
BIJLAGE: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
Verordening 1069/2009
Wet dieren
Regeling dierlijke producten
[…]28,
[…]van verordening (EG) nr. 1069/2009;