Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 januari 2026 in de zaak tussen
[naam eiser] , uit [plaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Gorinchem
Samenvatting
Procesverloop
€ 491.000,- op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ).
€ 1.000,- bedraagt. De rechtbank volstaat daarom met de constatering dat de redelijke termijn is overschreden. [5] Eiser heeft geen recht op een schadevergoeding.
no cure no pay, (ii) daarbij zodanige afspraken met de cliënten worden gemaakt dat het bedrag van eventuele proceskostenvergoedingen aan de gemachtigde of aan het kantoor wordt afgedragen, en (iii) de procedures op een zodanige wijze worden gevoerd dat de daarin toegekende proceskostenvergoedingen de in redelijkheid gemaakte kosten ver overtreffen. De stelplicht en de bewijslast met betrekking tot feiten die meebrengen dat het om zo’n bijzonder geval gaat, rusten op de belanghebbende. [7] De vraag of het bedrijfsmodel van een beroepsmatig optredende gemachtigde, dan wel een kantoor, kennelijk niet deze drie kenmerken heeft, moet worden beoordeeld naar de situatie op het moment waarop het desbetreffende rechtsmiddel is aangewend. [8]
no cure no pay. Een belanghebbende betaalt € 99,- voor een beoordeling van het aanslagbiljet, € 250,- voor het voeren van een bezwaarprocedure en € 395,- voor het voeren van een beroepsprocedure. [9] Deze vergoedingen zijn niet dusdanig laag dat kan worden gesproken van rechtsbijstandverlening op een grondslag die in wezen overeenkomt met rechtsbijstandverlening op basis van
no cure no pay. [10] Naar het oordeel van de rechtbank voldeed het bedrijfsmodel van het kantoor van de gemachtigde van eiser daarom ten tijde van het instellen van beroep kennelijk niet aan het in overweging 9.1 onder (i) genoemde kenmerk. Dat betekent dat sprake is van een bijzonder geval en de eerste zin van artikel 30a, tweede lid, van de Wet WOZ, geen toepassing vindt. Het bedrag dat strekt tot vergoeding van de kosten die betrekking hebben op door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand wordt dus niet vermenigvuldigd met 0,25.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de bij beschikking vastgestelde waarde van de woning van eiser voor het belastingjaar 2023 tot een bedrag van € 453.000,-;
- vermindert de voor de woning van eiser opgelegde aanslag onroerendezaakbelastingen 2023 tot een aanslag berekend naar een waarde van € 453.000,-;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de bestreden uitspraak op bezwaar;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van € 51,- aan eiser vergoedt;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 3.328,26.
mr.J.I. Kamp, griffier.