Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op
17 juni 2024 is opgemaakt door een toezichthouder van de NVWA.
De toezichthouder schrijft in het rapport over zijn bevindingen op 8 mei 2024 onder meer het volgende:
“
Tijdens mijn controle bevond ik mij in de "technical parts''-koelcel van [eiseres] in het kader van regulier toezicht.[…]
Omstreeks 20:05 uur zag ik op deze locatie met het EG-identificatiemerk ([kenmerk]) afgestempelde varkenshammen aan haken hangen. De transportbaan waar de hammen aan hingen, liep in de richting van de expeditie, waar producten worden verladen voor transport. De transportbaan eindigde in een gereedstaande, geopende vrachtwagen. Door de aanwezigheid van het EG-merk (stempel) kon worden opgemaakt dat het gestempelde vlees door het bedrijf was goedgekeurd en bestemd was voor humane consumptie. Op dit punt in het bedrijf zijn ook alle slacht- en opknaphandelingen in het kader van de Post Mortem (PM)-keuring en alle op HACCP gebaseerde controles in dit kader van de exploitant uitgevoerd.
Toen ik langs de gereedhangende, afgestempelde hammen liep, zag ik op één van deze hammen een zwart kleurig materiaal. Dit zwart kleurige materiaal had een vettige consistentie en was gelokaliseerd aan de achterzijde van de ham, tussen de hak (waaraan de ham was opgehangen) en de staartbasis, zie fotobijlage foto 1. Op dezelfde ham zat ook aan de buiten/voorzijde vettig, zwart kleurig materiaal, zie fotobijlage foto 2. Aan dezelfde haak, onder de hierboven beschreven ham, zag ik een andere ham waarop aan de binnenzijde (lies), op de overgang van huid naar onbedekt vlees zwart kleurig materiaal zichtbaar was met een vettige consistentie, zie fotobijlage foto 3. Op een andere haak zag ik nog een ham met aan de rugzijde, enkele cm's vanaf de staartbasis enkele plekken met zwart kleurig materiaal met een vettige consistentie, zie fotobijlage foto 4 en 4a. Ik zag aan de transportbaan naar de expeditie en in verschillende rijen in de "technical parts"-koelcel nog enkele andere hammen hangen met kleinere hoeveelheden baansmeer.
Ik heb dit zwart kleurige materiaal herkend als zijnde baansmeer. Baansmeer is een smeermiddel ter bevordering van de geleiding van apparatuur. Het smeermiddel heeft van zichzelf een lichte transparante kleur. Bij gebruik wordt het na verloop van tijd steeds donkerder en zwarter van kleur, door het contact met de apparatuur en de ophoping van vuil. Het smeermiddel op zichzelf kan 'food grade' zijn, echter baansmeer circuleert over een baan en kan daarbij vervuiling meenemen. Op deze manier kan het tevens fungeren als transporteur van ziektekiemen. De consistentie van baansmeer kan variëren van droog/vlokkerig, dik/olieachtig tot zelfs dun/waterig, afhankelijk van de aard van de bijmenging.
Op het moment dat ik mijn constatering deed, waren er in de "technical parts"-koelcel enkele buitenlandse medewerkers van [eiseres] werkzaam, die de Nederlandse taal niet goed machtig waren. Ik benaderde één van de werknemers en vroeg wie er "in charge" was. Hij wees naar zichzelf, waarop ik aangaf dat ik baansmeer had gezien op meerdere hammen die klaar hingen voor verlading. De medewerker en zijn collega kenden het woord baansmeer, leken te begrijpen wat ik bedoelde en gingen volgens het protocol "opknappen vlees" van [eiseres] de te verladen hammen controleren en het baanvet wegsnijden, zie bijlage opknappen vlees (ABM 6) versie 29-09-2023.
Ik vervolgde mijn inspectieronde om rond 20:35 uur terug te keren in de "technical parts"-koelcel. De medewerkers gebaarden of ze mochten beginnen met verladen. Ik vroeg in korteEngelse zinnen of ze de hammen hadden "gecheckt" en of de hammen nu "ok" waren, waarmee ze leken in te stemmen.[…]
Terwijl de hammen via de transportbaan in de vrachtwagen werden verladen, zag ik dat een haak, met daaraan de ham van fotobijlage foto 4 en 4a, langs de twee medewerkers de vrachtwagen inging en dat de medewerkers geen van beiden actie ondernamen om het aanwezige baansmeer alsnog volgens het opknapprotocol van de ham te verwijderen. Ik gebaarde de medewerkers te stoppen met verladen, ging via een trap de vrachtwagen in en liep met de medewerkers naar de haak met de bezoedelde ham, zie fotobijlage foto 5. Vervolgens heeft de medewerker die "in charge" was met een mes deze baansmeer verwijderd.
Ik ben vervolgens op zoek gegaan naar een medewerker van [eiseres] die wellicht de twee in de expeditie aanwezige medewerkers extra kon instrueren of ondersteunen bij het controleren van de te verladen hammen op de aanwezigheid van baansmeer en/of andere verontreiniging.[…]
Ik liep vervolgens naar het kantoor van de halchefs van de schone slachthal, besprak met de aanwezige halchef mijn bevindingen en gaf aan dat ik twijfelde of op dat moment de kwaliteit van de te verladen hammen kon worden gegarandeerd. Hij verwees mij naar het kantoor van de expeditie waar ik een medewerker expeditie van [eiseres] aantrof.
Ook met hem besprak ik kort mijn bevindingen en vroeg hem om extra controle bij het verladen. Ik ging vervolgens zelf weer terug naar de expeditie en zag dat de medewerkers ondertussen verder waren gegaan met verladen. Rond 20:55 uur zag ik wederom een ham de vrachtwagen in gaan waarop aan de achterzijde, tussen de hak en de staartaanzet zwart/bruin kleurig materiaal zat, met een vettige consistentie, zie fotobijlage foto 6. Op mijn aanwijzing heeft een medewerker deze bezoedeling verwijderd. Daarnaast zag ik een ham in de vrachtwagen hangen waar aan de achterzijde, in het vetweefsel rondom de staartbasis, een opengesneden abces zichtbaar was. Op de huid en het omliggende vetweefsel zag ik bruingele pus, zie fotobijlage foto 7. Deze ham is van de haak afgehaald en naar een opknaptafel gebracht. Ondertussen kwam de halchef schone slachthal de vrachtwagen in om de aanwezige medewerkers te instrueren en te ondersteunen bij het verwijderen van het baansmeer. Ik heb nog enkele minuten meegekeken of een en ander volgens protocol verliep en of er voldoende secuur werd gewerkt. Toen ik zag dat dit het geval was ben ik verder gegaan met mijn overige werkzaamheden. De halchef schone slachthal zocht mij enige tijd later op en liet mij een foto zien van een aanzienlijke hoeveelheid weggesneden huiddelen met baansmeer.”