Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBROT:2026:2671

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
19 maart 2026
Publicatiedatum
17 maart 2026
Zaaknummer
ROT 24/11062
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6.2 Wet dierenArt. 8.7 Wet dierenArt. 2.4 Regeling dierlijke productenArt. 4 Verordening 852/2004Bijlage II, hoofdstuk IX, punt 3 Verordening 852/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Boete opgelegd aan slachterij voor verontreinigde hammen met baansmeer

De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van een slachterij tegen een boete van €2.500,- opgelegd door de minister van Landbouw wegens overtreding van hygiënevoorschriften. De boete werd opgelegd omdat goedgekeurde varkenshammen waren bezoedeld met baansmeer, een smeermiddel dat ziektekiemen kan transporteren en daarmee een risico vormt voor de volksgezondheid.

De toezichthouder van de NVWA constateerde op 8 mei 2024 meerdere hammen met zwart, vettig baansmeer in de koelcel en tijdens het verladen. Ondanks het opknapprotocol en instructies werden bezoedelde hammen toch verladen. De slachterij voerde aan dat het ging om halffabricaten onder een uitgebreid protocol, dat personeel taalbarrières kende en dat de bezoedeling ontstond na goedkeuring, waardoor risico's beperkt zouden zijn.

De rechtbank oordeelde dat baansmeer een verontreiniging is die levensmiddelen ongeschikt kan maken voor consumptie en dat de boete terecht is opgelegd. Het interventiebeleid van de minister rechtvaardigt boeteoplegging bij herhaalde overtredingen, ook zonder onherroepelijke eerdere boete. De slachterij kon de overtreding volledig worden verweten. De boete werd als evenredig beoordeeld en het beroep ongegrond verklaard.

Uitkomst: De rechtbank bevestigt de boete van €2.500,- voor de slachterij wegens verontreinigde hammen met baansmeer en verklaart het beroep ongegrond.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 24/11062

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres], te [plaats], eiseres,

(gemachtigde: mr. F.Th.M. Peters),
en
de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, voorheen de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, verweerder,
(gemachtigde: mr. D.J. van der Bij).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over een boete van € 2.500,- die verweerder met het besluit van 26 juli 2024 aan eiseres heeft opgelegd voor een overtreding van de Wet dieren. Eiseres is het niet eens met deze boete. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van de boete.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat verweerder de boete terecht heeft opgelegd. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.
1.2.
Onder 2. staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3. staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4.1. Aan het eind staat de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan. De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.

Procesverloop

2. Met het bestreden besluit van 29 oktober 2024 op het bezwaar van eiseres is verweerder bij het boetebesluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.3.
De rechtbank heeft het beroep op 16 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiseres, de gemachtigde van verweerder en [naam], toezichthouder bij de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA).

Totstandkoming van het bestreden besluit

3.1.
Verweerder heeft zijn besluit gebaseerd op een rapport van bevindingen dat op
17 juni 2024 is opgemaakt door een toezichthouder van de NVWA.
De toezichthouder schrijft in het rapport over zijn bevindingen op 8 mei 2024 onder meer het volgende:

Tijdens mijn controle bevond ik mij in de "technical parts''-koelcel van [eiseres] in het kader van regulier toezicht.[…]
Omstreeks 20:05 uur zag ik op deze locatie met het EG-identificatiemerk ([kenmerk]) afgestempelde varkenshammen aan haken hangen. De transportbaan waar de hammen aan hingen, liep in de richting van de expeditie, waar producten worden verladen voor transport. De transportbaan eindigde in een gereedstaande, geopende vrachtwagen. Door de aanwezigheid van het EG-merk (stempel) kon worden opgemaakt dat het gestempelde vlees door het bedrijf was goedgekeurd en bestemd was voor humane consumptie. Op dit punt in het bedrijf zijn ook alle slacht- en opknaphandelingen in het kader van de Post Mortem (PM)-keuring en alle op HACCP gebaseerde controles in dit kader van de exploitant uitgevoerd.
Toen ik langs de gereedhangende, afgestempelde hammen liep, zag ik op één van deze hammen een zwart kleurig materiaal. Dit zwart kleurige materiaal had een vettige consistentie en was gelokaliseerd aan de achterzijde van de ham, tussen de hak (waaraan de ham was opgehangen) en de staartbasis, zie fotobijlage foto 1. Op dezelfde ham zat ook aan de buiten/voorzijde vettig, zwart kleurig materiaal, zie fotobijlage foto 2. Aan dezelfde haak, onder de hierboven beschreven ham, zag ik een andere ham waarop aan de binnenzijde (lies), op de overgang van huid naar onbedekt vlees zwart kleurig materiaal zichtbaar was met een vettige consistentie, zie fotobijlage foto 3. Op een andere haak zag ik nog een ham met aan de rugzijde, enkele cm's vanaf de staartbasis enkele plekken met zwart kleurig materiaal met een vettige consistentie, zie fotobijlage foto 4 en 4a. Ik zag aan de transportbaan naar de expeditie en in verschillende rijen in de "technical parts"-koelcel nog enkele andere hammen hangen met kleinere hoeveelheden baansmeer.
Ik heb dit zwart kleurige materiaal herkend als zijnde baansmeer. Baansmeer is een smeermiddel ter bevordering van de geleiding van apparatuur. Het smeermiddel heeft van zichzelf een lichte transparante kleur. Bij gebruik wordt het na verloop van tijd steeds donkerder en zwarter van kleur, door het contact met de apparatuur en de ophoping van vuil. Het smeermiddel op zichzelf kan 'food grade' zijn, echter baansmeer circuleert over een baan en kan daarbij vervuiling meenemen. Op deze manier kan het tevens fungeren als transporteur van ziektekiemen. De consistentie van baansmeer kan variëren van droog/vlokkerig, dik/olieachtig tot zelfs dun/waterig, afhankelijk van de aard van de bijmenging.
Op het moment dat ik mijn constatering deed, waren er in de "technical parts"-koelcel enkele buitenlandse medewerkers van [eiseres] werkzaam, die de Nederlandse taal niet goed machtig waren. Ik benaderde één van de werknemers en vroeg wie er "in charge" was. Hij wees naar zichzelf, waarop ik aangaf dat ik baansmeer had gezien op meerdere hammen die klaar hingen voor verlading. De medewerker en zijn collega kenden het woord baansmeer, leken te begrijpen wat ik bedoelde en gingen volgens het protocol "opknappen vlees" van [eiseres] de te verladen hammen controleren en het baanvet wegsnijden, zie bijlage opknappen vlees (ABM 6) versie 29-09-2023.
Ik vervolgde mijn inspectieronde om rond 20:35 uur terug te keren in de "technical parts"-koelcel. De medewerkers gebaarden of ze mochten beginnen met verladen. Ik vroeg in korteEngelse zinnen of ze de hammen hadden "gecheckt" en of de hammen nu "ok" waren, waarmee ze leken in te stemmen.[…]
Terwijl de hammen via de transportbaan in de vrachtwagen werden verladen, zag ik dat een haak, met daaraan de ham van fotobijlage foto 4 en 4a, langs de twee medewerkers de vrachtwagen inging en dat de medewerkers geen van beiden actie ondernamen om het aanwezige baansmeer alsnog volgens het opknapprotocol van de ham te verwijderen. Ik gebaarde de medewerkers te stoppen met verladen, ging via een trap de vrachtwagen in en liep met de medewerkers naar de haak met de bezoedelde ham, zie fotobijlage foto 5. Vervolgens heeft de medewerker die "in charge" was met een mes deze baansmeer verwijderd.
Ik ben vervolgens op zoek gegaan naar een medewerker van [eiseres] die wellicht de twee in de expeditie aanwezige medewerkers extra kon instrueren of ondersteunen bij het controleren van de te verladen hammen op de aanwezigheid van baansmeer en/of andere verontreiniging.[…]
Ik liep vervolgens naar het kantoor van de halchefs van de schone slachthal, besprak met de aanwezige halchef mijn bevindingen en gaf aan dat ik twijfelde of op dat moment de kwaliteit van de te verladen hammen kon worden gegarandeerd. Hij verwees mij naar het kantoor van de expeditie waar ik een medewerker expeditie van [eiseres] aantrof.
Ook met hem besprak ik kort mijn bevindingen en vroeg hem om extra controle bij het verladen. Ik ging vervolgens zelf weer terug naar de expeditie en zag dat de medewerkers ondertussen verder waren gegaan met verladen. Rond 20:55 uur zag ik wederom een ham de vrachtwagen in gaan waarop aan de achterzijde, tussen de hak en de staartaanzet zwart/bruin kleurig materiaal zat, met een vettige consistentie, zie fotobijlage foto 6. Op mijn aanwijzing heeft een medewerker deze bezoedeling verwijderd. Daarnaast zag ik een ham in de vrachtwagen hangen waar aan de achterzijde, in het vetweefsel rondom de staartbasis, een opengesneden abces zichtbaar was. Op de huid en het omliggende vetweefsel zag ik bruingele pus, zie fotobijlage foto 7. Deze ham is van de haak afgehaald en naar een opknaptafel gebracht. Ondertussen kwam de halchef schone slachthal de vrachtwagen in om de aanwezige medewerkers te instrueren en te ondersteunen bij het verwijderen van het baansmeer. Ik heb nog enkele minuten meegekeken of een en ander volgens protocol verliep en of er voldoende secuur werd gewerkt. Toen ik zag dat dit het geval was ben ik verder gegaan met mijn overige werkzaamheden. De halchef schone slachthal zocht mij enige tijd later op en liet mij een foto zien van een aanzienlijke hoeveelheid weggesneden huiddelen met baansmeer.
3.2.
Op grond van het rapport van bevindingen heeft verweerder vastgesteld dat eiseres het volgende beboetbare feit heeft gepleegd: “Levensmiddelen werden niet in alle stadia van de productie, verwerking en distributie beschermd tegen elke vorm van verontreiniging waardoor het vlees ongeschikt kan worden voor menselijke consumptie, schadelijk kan worden voor de gezondheid, dan wel op een zodanige wijze kan worden verontreinigd dat het redelijkerwijze niet meer in die staat kan worden geconsumeerd.”
Volgens verweerder heeft eiseres daarmee een overtreding begaan van artikel 6.2, eerste lid, van de Wet dieren, gelezen in samenhang met artikel 2.4, eerste lid, onder c, van de Regeling dierlijke producten, en met artikel 4, tweede lid, en Bijlage II, hoofdstuk IX, punt 3, van Verordening 852/2004 [1] .
Verweerder heeft eiseres daarvoor een boete opgelegd van € 2.500,-.
Beoordeling door de rechtbank
4. Eiseres voert aan dat sprake was van bijzondere omstandigheden op grond waarvan verweerder had moeten afzien van boeteoplegging, althans de boete had moeten matigen. Zo ging het in dit geval om halffabricaten die nog aan een uitgebreid protocol onderworpen zijn, waardoor de gevolgen voor de volksgezondheid aanzienlijk geringer zijn geweest. Daarnaast betrof het werknemers die de Nederlandse en Engelse taal niet machtig zijn, maar die eiseres vanwege personeelskrapte inzet. Voorts betrof het door de toezichthouder goedgekeurde karkassen of karkasdelen, wat betekent dat de bezoedeling is ontstaan op een plek waar een karkas nog vele meters aan een baan aflegt terwijl er dan geen ogen meer zijn die op bezoedeling controleren zoals aan de slachtlijn gebeurt. Als er in die fase nog wat gebeurt, kan dit bij het eerstvolgende HACCP-punt bij de inslag op de productielocatie worden opgemerkt. Bovendien had verweerder moeten volstaan met een waarschuwing, omdat op grond van zijn interventiebeleid pas bij een herhaalde klasse B-overtreding een boete wordt opgelegd en daarvan nog geen sprake was. De eerdere boete waarnaar verweerder in dit kader verwijst [2] is nog niet onherroepelijk, aldus eiseres.
4.1.
De rechtbank stelt vast dat eiseres niet betwist dat goedgekeurde karkassen bezoedeld waren met baansmeer. Op grond van Bijlage II, hoofdstuk IX, punt 3 van Verordening 852/2004 moeten levensmiddelen in alle stadia van de productie, verwerking en distributie worden beschermd tegen elke vorm van verontreiniging waardoor ze ongeschikt kunnen worden voor menselijke consumptie, schadelijk worden voor de gezondheid, dan wel op een zodanige wijze kunnen worden verontreinigd dat zij redelijkerwijze niet meer in die staat kunnen worden geconsumeerd. Zoals het CBb heeft geoordeeld [3] is baansmeer een verontreiniging als bedoeld in dit voorschrift. Verweerder heeft dan ook terecht vastgesteld dat eiseres het beboetbaar feit heeft begaan.
4.2.
Op grond van artikel 8.7 van de Wet dieren [4] is verweerder in beginsel bevoegd eiseres voor deze overtreding een boete op te leggen. In het interventiebeleid van verweerder is opgenomen hoe verweerder met deze bevoegdheid om gaat. Verweerder heeft deze overtreding op grond van het Specifiek interventiebeleid Vlees [5] geclassificeerd als een ernstige overtreding, klasse B. Omdat bij eiseres sprake is van permanent toezicht wordt in dat geval – zoals is neergelegd in paragraaf 5.2.4 van de interventiebeleid – bij een eerste overtreding gewaarschuwd en bij een herhaalde overtreding een boete opgelegd. In het Algemeen interventiebeleid [6] heeft verweerder opgenomen wat onder een ‘herhaalde overtreding’ wordt verstaan, namelijk: “
een overtreding van dezelfde wettelijke norm, of van een wettelijke norm die betrekking heeft op vergelijkbare gedragingen, die bij de overtreder binnen de daaraan voorafgaande periode van twee jaren eerder is geconstateerd.” Anders dan eiseres meent, is voor een herhaalde overtreding dus niet vereist dat sprake is van een eerdere, onherroepelijk vaststaande boete voor eenzelfde overtreding. Er is alleen vereist dat door verweerder (in de twee jaren) eerder een overtreding is geconstateerd, en dat is het geval zoals volgt uit het boetebesluit van 30 juni 2023. Verweerder heeft dus in overeenstemming met zijn interventiebeleid een boete opgelegd.
4.3.
De wetgever heeft reeds een afweging gemaakt welke boete bij een bepaalde overtreding evenredig moet worden geacht. In de Bijlage bij de Regeling handhaving en overige zaken Wet dieren is de standaardboete voor deze overtreding vastgesteld op € 2.500,-, zoals verweerder in dit geval ook aan eiseres heeft opgelegd. Op grond van artikel 2.3, aanhef en onder a, van het Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren wordt de boete gehalveerd als de risico’s of gevolgen van een overtreding voor de volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn of milieu gering zijn of ontbreken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder terecht geen aanleiding gezien voor toepassing van die halvering. Zoals de toezichthouder in het rapport heeft toegelicht circuleert baansmeer over een baan, waarbij het vervuiling kan meenemen en zo kan fungeren als transporteur van ziektekiemen. Als de inspectie van de toezichthouder achterwege was gebleven, was het vlees met de verontreinigingen zeer waarschijnlijk vervoerd naar een volgende locatie. Dat het vlees daar nog verder wordt verwerkt en die locatie ook HACCP-procedures heeft, maakt niet dat het gevaar voor de volksgezondheid is geweken. Uit Bijlage II, hoofdstuk IX, punt 3, van Verordening 852/2004 volgt dat het vlees in alle stadia van de productie, verwerkingen en distributie tegen verontreiniging moet worden beschermd. Voorts is niet zeker dat de verontreinigingen op de volgende locatie worden opgemerkt, laat staan volledig worden weggenomen. [7] Ook is mogelijk dat andere karkassen door kruisbesmetting tijdens het vervoer of verdere verwerking op de andere locatie eveneens bezoedeld raken. In de overige door eiseres aangevoerde omstandigheden ziet de rechtbank evenmin reden voor matiging van de boete. Het is aan eiseres om haar personeel zodanig te instrueren dat de regelgeving wordt nageleefd. Uit het rapport blijkt dat de toezichthouder na de eerste constatering van baansmeer op hammen medewerkers de gelegenheid heeft geboden zelf actie te ondernemen en dit te herstellen. Nadien heeft de toezichthouder echter op twee momenten opnieuw geconstateerd dat hammen met baansmeer werden verladen. Terecht stelt verweerder dat de overtreding eiseres volledig kan worden verweten. De rechtbank vindt de opgelegde boete van € 2.500,- gelet op de aard en ernst van de overtreding evenredig.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is dus ongegrond.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, rechter, in aanwezigheid van mr. A.L. van der Duijn Schouten, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 19 maart 2026.
griffier rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

BIJLAGE: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving

Verordening 852/2004

Artikel 4, tweede lid
Exploitanten van levensmiddelenbedrijven die zich bezighouden met enigerlei stadium van de productie, verwerking en distributie van levensmiddelen dat volgt op de stadia waarop lid 1 van toepassing is, houden zich aan de algemene hygiënevoorschriften van bijlage II, alsmede aan alle specifieke voorschriften van Verordening (EG) nr. 853/2004.
Bijlage II, hoofdstuk IX, punt 3
In alle stadia van de productie, verwerking en distributie moeten levensmiddelen worden beschermd tegen elke vorm van verontreiniging waardoor de levensmiddelen ongeschikt kunnen worden voor menselijke consumptie, schadelijk worden voor de gezondheid, dan wel op een zodanige wijze kunnen worden verontreinigd dat zij redelijkerwijze niet meer in die staat kunnen worden geconsumeerd.

Wet dieren

Artikel 6.2, eerste lid
Het is verboden in strijd te handelen met bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling aangewezen voorschriften van EU-verordeningen en EU-besluiten betreffende onderwerpen waarop deze wet van toepassing is.
Artikel 8.7
Onze Minister kan een overtreder een bestuurlijke boete opleggen.

Regeling dierlijke producten

Artikel 2.4, eerste lid, aanhef en onder c
Voorschriften van EU-verordeningen als bedoeld in artikel 6.2, eerste lid, van de wet zijn:
c. de artikelen 3 en 4, eerste, tweede en derde lid, 5, eerste lid, tweede lid, laatste alinea, en vierde lid, 6, tweede lid, laatste alinea, en derde lid, van verordening (EG) nr. 852/2004;

Besluit handhaving en overige zaken Wet dieren

Artikel 2.3, aanhef en onder a
Indien de risico’s of de gevolgen van een overtreding voor de volksgezondheid, diergezondheid, dierenwelzijn of milieu:
a. gering zijn of ontbreken, wordt het bedrag, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, gehalveerd;
Artikel 2.5, eerste lid
Indien ten tijde van het begaan van een overtreding nog geen vijf jaren zijn verstreken sinds een eerder aan de overtreder opgelegde bestuurlijke boete voor eenzelfde overtreding onherroepelijk is geworden, is de bestuurlijke boete gelijk aan de som van de op grond van de artikelen 2.2, 2.3 en 2.4 voor de overtreding op te leggen bestuurlijke boete en de voor die eerdere overtreding opgelegde bestuurlijke boete.

Voetnoten

1.Verordening (EG) nr. 852/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004
2.Boetezaaknummer 202301055, boetebesluit van 30-6-2023
4.Gelezen in samenhang met artikel 6.2, eerste lid, Wet dieren en artikel 2.4, eerste lid, Regeling dierlijke producten
5.IB01-SPEC 24, regel A2
6.Algemeen interventiebeleid NVWA 2024, artikel 4.3
7.Zie ook ECLI:NL:CBB:2024:566 (r.o. 6.5) en ECLI:NL:CBB:2025:534 (r.o. 5.3 en 5.5)