Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 maart 2026 in de zaak tussen
[eiser] h.o.d.n. [naam horeca-inrichting], uit Rotterdam, eiser
de burgemeester van de gemeente Rotterdam
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- drie personen gaan bij de horeca-inrichting van eiser naar binnen;
- één persoon wordt bij binnenkomst niet gefouilleerd, de andere twee wel;
- na een uur verlaten twee personen van dit groepje de horeca-inrichting;
- één persoon loopt naar een groepje dat voor een andere horeca-inrichting staat;
- de andere persoon loopt direct weer de horeca-inrichting van eiser binnen en gaat naar de derde persoon van het groepje die in de horeca-inrichting is achtergebleven;
- de achtergebleven persoon geeft een vuurwapen aan de persoon die weer naar binnen is gekomen;
- de persoon die weer naar binnen is gekomen, loopt met het vuurwapen in zijn hand naar de uitgang van de horeca-inrichting en passeert de bar waarachter een medewerker van de horeca-inrichting staat;
- de persoon komt met het vuurwapen in zijn hand naar buiten; en
- de persoon met het vuurwapen duwt een aantal personen omver en rent vervolgens achter het latere slachtoffer aan in de richting van de Mathenesserlaan.
stillsingebracht van het moment dat het groepje, waaronder de schutter, de horeca-inrichting binnengaat. Daaruit valt niet af te leiden dat de portier de persoon, die volgens eiser naar binnen is geglipt, niet ziet. Verder volgt uit die beelden, de nadere toelichting en andere verklaringen niet dat er geen vuurwapen in de horeca-inrichting aanwezig is geweest. Het feit dat dat er drie politierapportages zijn opgesteld waarvan een bijna een half jaar na het schietincident maakt voorgaande niet anders. De rechtbank overweegt dat – anders dan eiser stelt – het feit dat naar aanleiding van vragen en opmerkingen van eiser (in de zienswijze van 14 maart 2024) en daarna de bezwarencommissie, de politie opnieuw is bevraagd naar het incident, juist blijk geeft van een zorgvuldige werkwijze. De rechtbank oordeelt dat de burgemeester daarom heeft kunnen afgaan op de juistheid van de politierapportages en dus heeft kunnen vaststellen dat in de inrichting een wapen aanwezig was en eiser in strijd heeft gehandeld met het exploitatieplan door niet iedereen te fouilleren. Dat door omstandigheden een persoon naar binnen is geglipt, zoals eiser stelt, maakt de feitelijke constatering dat geen 100%-fouillering heeft plaatsgevonden, niet anders. Dit betekent dat de burgemeester, op grond van voorgaande activiteiten op zichzelf en in onderlinge samenhang bezien, bevoegd was om de inrichting te sluiten.