ECLI:NL:RBROT:2026:2077
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ingangsdatum correctie WIA-dagloon na discriminatie-uitspraak
Eiseres verzocht het UWV om haar WIA-dagloon te corrigeren vanaf de ingangsdatum van haar uitkering in 2018, naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 30 juli 2024 die stelde dat de eerdere wijze van dagloonvaststelling in strijd was met het discriminatieverbod.
Het UWV corrigeerde het dagloon echter alleen vanaf de datum van deze uitspraak, waarbij het bezwaar van eiseres tegen deze ingangsdatum ongegrond werd verklaard. De rechtbank toetste of het UWV terecht geen terugwerkende kracht gaf en concludeerde dat een wijziging in jurisprudentie geen nieuw feit of veranderde omstandigheid is in de zin van artikel 4:6 Awb Pro.
De rechtbank vond geen sprake van een evidente onredelijkheid in het niet terugwerken van de correctie naar 2018, mede omdat het UWV een uniform beleid voert voor alle vergelijkbare gevallen. Wel was er sprake van een motiveringsgebrek in het bestreden besluit, maar dit werd in het verweerschrift hersteld zonder dat eiseres daardoor werd geschaad. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, veroordeelde het UWV tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV mag het dagloon corrigeren vanaf 30 juli 2024.